31-03-11
Marlon Lafontaine stopt zijn schrijverij
29 augustus 2011 - Marlon heeft de draad van taal weer opgenomen: http://meirevanwoindre.skynetblogs.be
Uit Walt Whitman: “Zang van mezelf” (Grashalmen: aardse bijbel voor de autonome mens)
“Vanaf dit uur verklaar ik mezelf bevrijd van beperkingen en denkbeeldige grenzen,
Ik ga waar ik wil, volstrekt en absoluut mijn eigen meester,
Luister naar anderen, neem me ter harte wat ze zeggen,
Wacht, zoek, ontvang, overpeins,
Teder, maar met onweerstaanbare wil, ontdoe mezelf van alle banden die me binden”
“Mijn voetsteun is met pen-en-gat in graniet geslagen,
Ik lach om wat jullie ontbinding noemen,
En ik ken de volheid van de tijd”
“Alles gaat voort en dijt uit, niets gaat teloor,
En sterven is anders dan iedereen dacht, en een groter geluk”
“Ik zing de zang van opzwelling of trots,
Wij zijn het buigen en kleineren nu zo’n beetje zat,
Ik laat zien dat formaat louter ontwikkeling is”
“Richt je hoofd altijd naar de zonneschijn, en schaduw zal achter je vallen”
20:20
Gepost door marlon
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: walt whitman, grashalmen, leaves of grass |
Facebook
|
30-03-11
Doodzuiver mondzuur
In de laatste rechte lijn naar het geluk gebeurde een verschrikkelijk accident ik heb haar opgeraapt kapot vanbinnen aan de buitenkant verminkt haar ogen puilden uit een schreeuw van rimpels eerlijk die zich sloten tot een bleekveld dan weer plooien werden diep gegroefd van niet meer toe te hechten pijn ik droeg haar nog twee straten verder viel omver de scherpe boordlijn af bedroefd tot in mijn schoenen werd beschoten door een bende wilden ik herkende dacht ik zonder fantasie familie die haar nooit beminde lieden slecht gezind als steeds ze was te mooi om door te gaan intact het volk verdraagt geen fierheid plakt er hoogmoed op en sloopt haar als ze op haar diamanten benen loopt haar hoofd zo trots ze wordt geknakt door vette burgers uitgespuugd haar zuiver bloed wordt gaar gekookt vertolkt een dubbele broedermoord ze is een grote zus verboden lusten brult een koor gespuis hun kelen vol van dikke afgunst op haar opgestoken billen en nog hoger trekt een glimveld zwarte haar in erotieke gel en pieken bliksemschichten van gedoofd verdriet ik sloot haar ongeschonden broze ogen dat ze voort kon slapen ongestoord van boosheid in de wereld van de mieren mensendieren kruipgestel op laffe poten ik moest spuwen duwde op mijn hals en braakte gal bedankt bandieten ik laat haar niet schieten sliepen wij verlost de witte dood in
27-03-11
Pose poëtiek
Als zij bereid haar dijen opent
zie ik toe en lees ik poëzie
Ik proef de regels eerst en glij
dan botergeil in haar gedicht
25-03-11
Mijmermanmoment
Een man ligt
op een stadsbank
in de vrijdagzon
te verpozen
na te peinzen
om te verdwijnen
uit zijn eigen
Het lukt me bijna
ik verglijd en word een ander
die met mijn vrouw vrijt
ik ben niemand (een voyeur)
ik kijk ernaar met schroom
je suis un autre (quelle pudeur)
ik wil niet storen
ongewoon zo schoon
om haar te horen
anecdotes over mij
aangaande zelfs mijn beste kanten
dat ik zeker hier en daar (ze weet
niet waar) een hekel had
aan kletsen nogal handig was
met mes en vork en stom
verstarren staren in het ijle
dat ze blij was desondanks
dat ik ten lange leste
toch nog rap ben opgestapt
mijn jas gepakt mijn stijve
grapjes en mijn schrijfklabas
Want opgekrast staat netjes
blafte zij
me helemaal niet na
ik kefte wat en zwaaide
nog eens met mijn staart
zo was het ongeveer gegaan
dawildietzegge (roept ons moeder)
voortschandaal (het is al goed ma)
Ik val gapend uit mijn slaap
de bank wordt wakker
met zijn harde latten
in mijn gat (ik moet me
grondig overkrabben)
Ik kruip recht en ik herken
mijn oude huid die jeukt
ik zweet naar eenzaamheid
die deugd doet en naar
iets wat onmiskenbaar
toch mijn lijfelijke reuk is
Ik keer weer naar mij
die blij is met zijn eigen
Straks de keuken dweilen
en misschien nog neuken
met het nieuwe meisje
dat nu elke dag komt kijken
of ik blijf bezwijken
voor haar lenteloezen
en haar ferme poes
die ik in verse plooien strijk
Ik blijf pertang maar denken
met het warme ijzer voor mij
en de stoom die stijgt...
...toch rare tijden
die me door de handen
glijden ik begrijp
mijn vingers niet
De slinger van de liefde
slaat en zwiert
ook inclusief
een kwak verdriet af
Dat mijn lief ziet en ze zwijgt
ze bijt me
waar ze kan
ze krijgt me klein met pijpen
niet alleen maar ook met pijn
waar ik niet aan weersta: ik val
voor haar (in slaap) ontwaak
steeds als mezelf en telkens raak
22-03-11
De loop van de liefde
Ver-
strooide blikken die je werpt
ze treffen mij en ook jezelf
ik lees je ogen dronken mooi
afwezig in een denkveld
dat zich nergens peilen laat
je staart bij avond in de einders
ik vertel van ijlings blijven
of vertrekken als dat helpt
ik wil je nieuwe hart nog pellen
alles kan wat mij betreft
wat jou niet kwelt
ik zal de oude twijfel bannen
sterk je man zijn of niets meer
to be or not be een relikwie
memorie als jij dat verkiest
maar zeg iets vrouw en lach
of sla me met je volle handen
op mijn dwaze hoofd dat
nog gelooft in jou en trouw
zoals dat in de bijbel staat
je maakt me blij als je belijdt
wat hier de regels zijn: je geeft
om mij of laat me leven graag
alleen = beter dan te sterven
allebei in strijd en eenzaamheid
vergeef me daarna snel: ik sla
de ernst van alle verzen over
ik ontsnap en loop de berg op
in de afgrond crasht de tekst
20-03-11
Vogel van de aarde los
Roger, maar jongen toch
wat heb je nu gedaan
met achtenvijftig jaren
van ervaring in je lijf
Je werd zopas bevrijd
van alle druk
van ieder juk
dat bazen op je legden
Afgehandeld was je werk
je leven klaar
om door te starten
naar de tweede fase
Opgevuld met handen vol
van vrije tijd
om uit te rusten
bij te klussen in je hoofd
De muizenissen op te ruimen
ongestoord aan het fornuis
relax te bakken aan
een torenhoge taart
Met dikke plakken slagroom
als symbool van goed en
smaakvol doorgaan
met je fier bestaan
Het pakte anders uit Roger
zo drastich man komaan
wat was dat daar die nacht
dat je menu mislukte
Dat je van de keuken
naar de kelder snelde
met geweld te keer ging
op de zwakke wervels
Van je nek (je boog je ogen
voor de valstrik in een koord)
je hing verloren in de touwen
met een rauw verdriet
Dat je bezielde (niemand
die het wist) zo schots
en scheef je kop zo schoon
je trots (je laatste knik naar
ons) alsof je troost aanbood
merci vaarwel Roger je zweeft
nu als een vederlichte vogel
vrij van schrik en kommer
Onze wens: vlieg verder jong
wij blijven aan de grond
genageld met perplex ontzag
om wie je was: een man
wiens hart van liefde brak
in een recept van stukken
stomweg aangebakken ongeluk
Roger je was als mens gelukt
18-03-11
Doodgeboren woord
Ik kan niet spreken vrouw
mijn woord
waarmee ik werd geboren
kreeg een nekslag
uit de moederschoot
Het was verwekking
van de koele aanzet
tot een trage moord
Hoe moest ik verder
met mijn kindervel van trouw
dat ophing in de navelstreng
Mijn jonge strot werd dichtgeklopt
met angsten volgestopt
het schreeuwen was een teken
van mijn keel die bang was
voor mijn tong
Mijn longen zochten later
adem in de liefdesnacht
de dag was mij een gesel
met geklap van zwepen
Die mij keer op keer
tot bloedens toe verjoegen
(zweet brak uit in hete banen
die mijn tranen maskereerden)
Ik beproefde mijn geluk
als schurk gewetensvol
in elke duisternis
Ik droeg een sluier
om mijn kop als ik mij uitte
met mijn inval binnen en
mijn salto buitenwaarts
Ik vluchtte en ik viel terug
(zij schold mij na als huichelaar)
ik kropte potentiële woorden op
Ik werd een zwijger vrouw
ik leerde veel te laat de taal
die houden van verklaart
Ik ben een droeve jongeman
met oude schrik gevoed
Ik noem mijn moeder liefste
hoer als ik haar graf bezoek
De tombe trilt als ik in stilte vloek
ik vind geen woord de moeite waard
Ik praat mezelf wat moed in
- met de mond vol modder -
stomme motherfucker dat ik ben
15-03-11
Nachtgedicht vandaag
Een kilometer verder
(schat ik)
in mijn grote bed
lig jij
ongrijpbaar lijf te zijn
Ik draai en keer
ik tast voorbij
ik fantaseer
Hier komt geen ogenblik
nog vrede stichten
of het donker lichten
om de sponde op te naaien
Zonde van de tijd
jij drijft je lichaam
naar de rand
Je kantelt voort
de verste kant op
waar je woorden draaien
in een kolk die pijn doet
als spiralen vol van naalden
naast een dolk (met doodskop)
die gedachten snijdt
in repen bloed (fileert)
en teert op woede
Kilometers lijden vallen
dieper door in een vallei
Een afgrond breekt
ons bed in twee
De leegte steekt
zijn hand uit
naar de hel
De waarheid velt ons
als een nachtmerrie
12:07
Gepost door marlon
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: kilometer, bed, vallei, afgrond, nachtmerrie |
Facebook
|
13-03-11
Lunamaladique
Je me trouve à coté
d’elle dans mon lit
je commence à monter
à l’hauteur de sa bouche
je la touche avec quelque chose
(pardon vous connaissez le nom)
elle dit pas non
elle m’avale son con
d’amour toujours
jusqu’à la mort
qui tombe avec des gouttes
dans sa gorge douce
on dort avec un goût
de lait chaud comme il
faut dans les draps de lit
on boît la nuit toute nue
sans soif
la lune est remplie de nous
11-03-11
Criangetort
Ce qui m’étonne
c’est l’ombre
qui tombe et crie
sur mon corps
je rève tout le temps
que je me trouve blanc
dans un tombeau profond
je ne suis pas mort
les gens se trompent
je me sens bien vivant
dans la lumière qui pousse
sur ses genoux
(s’adresse vers moi)
c’est mon cœur seulement
qui meurt (sans ta tendresse)
je persévère
dans la douleur
sur cette cimétière
de ma vie vide
qui pleure
les dieux versent
leurs larmes
dans mes yeux
09-03-11
Lenteprentkaart
Liefste weet je nog
de lente vorig jaar
de bloemen die we plukten
woest
we rukten planten af
De buurvrouw (80)
die de ruzie zag
ze stierf wat later
Van vertraagd ontzag
voor ons verdriet
De nieuwe lente wil
herdenken met een lied
dat halverwege weent
om onze actuele wrevel
waarvan niemand weet
Gelukkig.
23:04
Gepost door marlon
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: lente, prentkaart, wrevel, ruzie |
Facebook
|
07-03-11
Doordenkleven
De tijden hier op aarde
die wij vullen
met wat eten en wat paren
met geduldig lullen
en soms staren
naar het einde
Tragisch en totaal
een drama met zijn vragen
naar de tunnel en het licht
misschien
dat op de zwaarte volgt
zo mottig allemaal
dit kort bestaan
geen reden om te leven
zie ik
zelfs geen halve kilo
oplosmiddel
voor de wereldkoorts
ik modder maar wat aan
zo koddig allemaal
Ik schater ongenadig
zot onnozel word ik
van die tijden met
dat lijden hier op aarde
Daarom dus
ik amuseer me rot.
05-03-11
Filosofenbosgesmos
Wat moet ik met een dief
als Friedrich Nietzsche of
zijn vriendje Schopenhauer
twee keer nikske !!
Ik wil bouwen
met mijn eigen handen
aan een huis van liefde
Met de warme mortel
van mijn hart
cement aanmaken
voor een fundament
waarop mijn leven stevig
in betonnen (opgebakken)
stenen staat – geen gram
verdriet met filosofen
van het moeilijk woord
Akkoord ik ben een amateur
en meer nog zegt meneer
de filoloog: een toogpoëet
een ijdeltuit en een poseur
Hij kan het weten ziende
blind – hij leest met schele
ogen mijn gedichten en
verschiet van al die tieten
Inderdaad die vond ik
niet bij Nietzsche noch bij
vrouwenhater Schopenhauer
Beiden sliepen in een bed
dat hard was van het denken
aan hun stijf bestaan – geen
wijf om zich te laten pijpen
Altijd fulmineren en het ongeluk
van alle mensen cultiveren
Heere Jezus ben ik blij
dat gij bestaat en onze zonde
tolereert om op te biechten
Zie ik morgen zondag mister X
professor filoloog met ellebogen
in de politiek van zieke dichters
Ik ga niet zijn hielen likken
maar zijn vrouw oppoetsen
voor een lift en haar doen
slikken van mijn poëzie
Ze loopt vanzelf naar binnen
spreidt de lakens mals en
weert de valse wijsgeren
Ik spuit mijn gal naar buiten
in fonteinen bruisend lava
Zij is naakt en maakt mij wijs
dat deze metafoor op sperma lijkt
Haar vaste bedgenoot ligt
straten verder op een kamer
nihilist te zijn - hij kotst op mij
Vetrouwt zijn vrouw en Nietzsche
Schopenhauer en de trieste rest.
21:25
Gepost door marlon
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
03-03-11
Hokkenstoknest
M is weer bij mij
zoals het hoort
Op onze boerderij
is alles koek en ei
... want kijk de vogels
vogelieren: ieder soort
zoekt eikes
bij de eigen soort
Als fraaie kip scoort M
Ik kraai als haan
de voorste
op haar
lichaam en de rest
Het beste zit vanbinnen
in het warme nest
Het is te zeggen
in ons grote kakelhart: een paar apart
Dat is het goed gedacht van mij. Ik mag
niet klagen van collega’s boerenhanen
(vind geen sporen van hun schoenen)
... stappen wij te voet parmantig
op twee poten. Schoon haar veren
zonder kleren. Streel ik op en neer.
Ik kam haar met mijn rode kapsel.
Pikt zij dat (ik wacht)
dan maak ik van mijn kloten
in haar kippengat. De liefde
van de dieren is een schat
die wij begeren. Wat een weelde
op ons erf
te sexen als de beesten.
01-03-11
Wandelomslagweg
De koude van de stad
snijdt door ons aangezicht
de wind is ijzig slecht gezind
wij stappen dus de winter uit.
Het is de eerste dag
van maart: een nieuw bestaan
zoals wij dat vertalen
met een aangedikte stem
van koffie en rozijnenkoeken.
Na een nachtje ijlen - zoeken – woelen
In de late ochtend
simultaan uit onrust
opgestaan en wakker
op de dool door straten
Praten wij de kater weg
wij lopen verder en wij slopen
wat ons stoorde: ongehoord
dat wij niet wisten wat er mis ging
dat het lag aan redetwisten om
een gissing die vergissing bleek.
Geen ergernis zo erg
als niet te uiten: lieveling
ik mis je als je dingen doet
die onze boeken pagina’s
te buiten gaan. Ik huil om
wild gedoe en rock ’n roll
van elke demon die je soms bekruipt.
Je bent Madonna niet, gewoon
mijn griet met kuise liefdestieten.
Grief me niet met dit gerief in huis.
Het is een stuitend voorbeeld
van het leven dat ik liever mijd: ik lijd
nog want ik heb het zelf beleden (zonde).
Wij besluiten luidop te vergeten.
Gaan iets eten (een pateeke
met veel slagroom). Alles smaakt
naar volle compromissen
met verbale nadruk en
een klein gebaar van hand
op hand: het klopt
van groot geluk.
Wij kwamen thuis
we deden uitgeput
een tukje na het sluiten
van ons pact met kussen
Opgevuld met plukken
aan de huid van onze buik.
De duivel rust voldaan in ons.
23:21
Gepost door marlon
Permalink
| Commentaren (2)
| Email dit
| Tags: koffie, rozijnenkoek, pateeke, slagroom |
Facebook
|
27-02-11
Woordimplosiekrocht
Ik ben druk in gesprek
met de muren om mij heen
Ik praat de stenen stuk
ze barsten één voor één
Ik sla mijn armen weg en weer
terwijl ik hees te keer ga
Ik beweer dat afbraak
van dit huis
zich in beweging zet
Terwijl jij verder gaat
dan waar ik taal kan zenden
Kon ik je maar schenden
met mijn teksten
raken met mijn woorden
Die ik ophang aan een koord
ik wil versmoren wat je deed
Ik weet dit nu niet meer
Ik zit hier onder ingestorte muren
dood te lachen van miserie
schoon misbaksel
van een hoofd: het hoorde
bij een man die heeft geloofd
in harde weerstand van het hart
zijn hand tast lager en versteent
25-02-11
Sloopkankerstop
De schoonheid van het wrede einde. Leeg het leven. Plots. Opeens. Het rijmt niet. Toch voorbij. De dood zit aan de tafel. Zwijgt. Een lijk blijft staren. Raakt geen eten aan. Ik zie twee ogen glazig liggen in een hoofd. Het lijkt het jouwe wel. Maar vrouw toch. Drink je koffie. Spreek nog éénmaal. Zeg iets van de liefde. Lieg dan. Sterf niet verder van verdriet. De hel komt bij het nagerecht. Komaan. Dat lijf moet rechter. Niet zo droef en stijf die lach. Verstar niet in die dwaasheid. Ban de kanker uit je hart. Ik help je op te staan. Om door te gaan.
Ja ga nu, dat bedoel ik. Laat die stoel. Sta op. Verlaat me. Liefst voorgoed. Wij waren moedig minnaars. Dat volstaat. En al de rest is bullshit. Graag geen tranen uit je lichaam. Slik je adem in en stik. Ik schilder mij een nieuw bestaan. Ik richt gedichten voor je op. De authentieke inhoud stopt. Je bent gesloopt. De mooiste dode uit mijn bundel. Hoofdstuk afgelopen.
21:22
Gepost door marlon
Permalink
| Commentaren (4)
| Email dit
|
Facebook
|
23-02-11
Spiegelwinkelwinst
Het stomme voorval
dat je onderweg verlies ervaart
- de helft bijvoorbeeld
van je schoon juwelenpaar -
omklemt je voor een zot verlangen
naar wat dieper viel. Voor het psychotisch
missen. Voor de woekerwoede van verdriet.
(je zoekt) (paniek) Voor chaos en verstoring
respectievelijk in en aan
je sierlijk hoofd.
Voor troost en empathie
van iemand die je dierbaar is
(hij tast je trieste lichaam af).
Voor - na twee dikke tranen -
ook reflexie. Introspectie
en een nieuwe kijk
op de materie
van het leven.
Het is geen gram
miserie waard. Ballast valt af
op paden van bestaan.
Het nieuwe evenwicht
komt projecterend
in de spiegel aan.
Je oren zijn ontbloot. Je ogen net
zo groot als op de eerste dag
dat ik je zonder kleren zag.
Het kan gerust: geluk hangt
van iets anders af. Het sieraad
zit te zwieren in je hart. Ik pak
het vast: het zilver van je ziel
dat uitbarst in een plotse lach
met warme borsten. Prachtig toch.
10:44
Gepost door marlon
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
|
Facebook
|
20-02-11
Gedachtenopstapdag
Het goede leven. Moeder. Dochter. Kneden. Zondag. Bakdeeg. Mattentaarten. Praten en soms tateren. Ik zet de tafel klaar. Maak koffie. Niet het minste misbaar. Ik gedraag me. Ben een degelijke zoon. Ik spreek en ik geef antwoord. Heel beleefd. Ik proef de sfeer. Ik zeg: het weer valt mee. Zo winterdroog. Een streepke zon. De buitenlucht verwacht het volk.
Wij stappen door de afgewassen stad. Met nagedachte pas. De etalages kijken om naar ons. Wij zijn een proper soort. Gewoon gezond en deftig aangekleed. Met rode sjaal. Een witte zonnebril. Ons rode wanten aan. Ik klap zoals in Waanrode. Geboren en gefokt.
Geen kat die zich komt storen aan mijn taal. Geen hond op straat. Alleen ons tafereel. Twee dames al een halve eeuw familie van mekaar. En ik de wijze gids. Plaveien vol met waarheid en de rechte weg. Denk ik. Geen ogenblik dat ik niet reflecteer. Aangaande leeftijd, levenspad. Een bezigheid als overspel. Het laat begeren. Vrouwenbenen. Oud zijn bij het strelen van de westenwind. Aan jouw intact gezicht. Herinnering.
Het beste moet nog komen. Moeder sloft voorop. Jij stopt. Ik krijg een tongkus. Eén seconde weggelikt genot. De ingestoken zonde. Natte strepen. Rap een zakdoek.
Zonder kan jij niet. Ik evenmin. Wij zijn het wederzijdse kind. Met ongeremde sprong. Op blije poten. Als twee vrije vogels. Vlinders in de vingers. Handen op de buik. Het diep gevoel. De warmte zakt en plakt. Met openklappen van de zwoelte. Zoals lentebloesem. Verse bloemenruikers. Wild geplukt. Bemind. Door ma en pa.
Te plots. Hij stapt niet naast haar. Hij moest eerder weg. Opeens gehaast. Het geeft niet man. Tot later. Aan de grote tafel. Allemaal tesamen. Wafels, kaarsen en gebak. De nacht valt als een pudding van geluk.
21:50
Gepost door marlon
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
| Tags: waanrode, pudding, geluk, mattentaart |
Facebook
|
18-02-11
Zondronkenschap
Ik ben een zonnenstelsel
ver van jou verwijderd
Met mijn langste lichtstraal
(splijtend rozig als een wortel)
raak ik aan je voelplek in de nacht
Je lijf doorschijn ik langs je voeten
pijlrecht door het midden
naar je zwoelte
met een takkenkracht
die pijn doet
als ik terugspoel op mijn rug
me optrek
naar mijn hoogste thuisverblijf
mijn hoofd dat boven alle bomen
(als een wilde struik verstrikt
te gek voor elke uitleg)
opgestoken in de wolken woont
Ik word dit leven nooit gewoon
ofschoon ik blowend ecologisch
van je droom (op stickjes
erotiek van zonnenenergie)
Ik ben een botte botaniek
bevlogen zonderling
een doodverklaarde vondeling
te zot voor woorden
zomaar kind geworden
om volwassen
hemels om te spitten
tot een kruidtuin van gedichten
die ik zaai en zing ik zie je graag
ik klief je lichaam
met een spade slaapverdriet
in deze nachtmerrie van liefde
20:58
Gepost door marlon
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: zonnestelsel, zwoelte, spade, nachtmerrie |
Facebook
|
16-02-11
Murmelmummie
Ik uit me niet
tenzij in buien
van geladen stilte
Dat is al
wat jij niet wil
jij bent mijn tegenpool
voor jou geen spreekverbod
Ik ga me niet te buiten
aan gesmos van woorden
luidop uitgesproken
Daarvan vreet jij soms
je kas op
Komt er in ons kot
een hoop ambras
Begot ben ik
misschien een schizofreen
die praat vanbinnen
tot zichzelf
zijn buitenkant vergeet
Ik veeg mijn ruiten af
ik kuis mijn mond
ik spoel en woel
ik stuiter met de taal
ik weet niet wat
te braken uit mijn keel
Maar hier
op dit papier
van glas
beweeg ik
Streel ik
even langs
je heen
Je bent mijn muze
mijn muziekje
Zie je hoe mijn vingers
zingen op de toetsen
Hoe mijn lippen
simultaan beginnen
flippen: ik zit binnen
met mezelf te mailen
naar de vreemde
man daarbuiten
de gespleten helft
die vraagt om hem
te helpen
21:04
Gepost door marlon
Permalink
| Commentaren (1)
| Email dit
| Tags: mail, schizofreen, mummie, murmelen |
Facebook
|
14-02-11
Tafelwarmte
Ze zitten oud en vrolijk rond de tafel. Met zijn vijven zijn ze. Wij bedienen hen. Met koffie, bier en praatjes. Volle aandacht en een goeie lach. Dan volgen zelfgebakken pannekoeken. Gul besmeerd met boter, bruine suiker, abrikozenconfituur. Een zondagsavontuur voor al wie 80-plus is in de blok. Wij zijn de jonkies. Horen anecdotes aan. De oorlog en ontbering. Gulzig vrede. Zatte kermis in de stad. De schalkse Ferdinand (86) geeft van zijn gat. Met paard en kar op pad langs staminees. Hij pakt zijn eerste lief Elise mee.
Zij zit te blinken aan het venster. Bijna 85 lentes. Als de dood voor hypotheses. Kanker. Hartinfarct. Het einde van bestaan dat klopt. Van liefde. Met haar hand op Ferdinand zijn knie. Zij slikt met elke hap het lekker leven weg. Ze voelt zich beter. Zegt ze. Haar gemoed loopt vol. Een zakdoek en een lach. Een foto voor het nageslacht. Zo vaal haar blik. Een aangezicht vervaagt. Zij wacht op slaap. Op taxi God. Een lift die zakt. Een graf dat gaapt. Haar hoofd denkt na.
Het donkert. Langzaam valt de avondstond. Wij vatten schimmen. Flitsen digitaal. De schelm die monkelt, dat is Ferdinand. Naast zware nonkel Frans, een tateraar. En blozend achterover ligt fragiel een engel. Klein Louisa. Tenger in haar stoel. Ze breekt haar woorden voor ze spreekt. Verschoning. Ik vergeet bijna Suzanne. Ons smalste tanteke. Te mooi van transparantie. Plooibaar als een staaf. Zo glad en taai.
Een vijftal in een trage tred op weg naar honderd jaar. Dat wensen wij. Het langer houden van. Hun ogen en hun taal. Bewaren. Sparen in ons schoonste binnenplaats. Van oude mensen en de dingen die voorbijgaan (lazen wij). We leerden wijzer zijn. Helaas. Geen houden aan. Behalve wij, zeg jij. Ik blijf wat zwijgen. Warm van ijs. Het nagerecht.
12-02-11
Receptenschep
Mijn gedichten zijn als friet
met ballekes in tomatensaus.
Gewoon maar goed
als malse boerenkost.
Geen opgewarmde troep
geen culinaire hermetiek
die stinkt en riekt
naar encyclieken
van de criptici.
Ik neem een vork
en plet. Ik pak een mes
en hak. Ik schep een lepel
en ik klepel: Smakelijke taal.
Een eerlijk nagelaten
scheet is mijn verhaal.
17:21
Gepost door marlon
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: friet, ballekes, tomatensaus, boerenkost |
Facebook
|
10-02-11
Valentijnsgezang
Met één hand
tussen je benen
speel ik de wereld
uit verband
Word ik bekeerd
tot helemaal jou
fluwelen vrouw
mijn tedere hoer
Je bent zo goed
bedreven in on-
zedigheid zo schoon
zo zonder schroom
Te proper doodgewoon jezelf
je walst op aarde
over mannenlusten: koud
gemaakt hun uiterlijke lul
Het zal ze leren
de ministers en de priesters
met hun vuil manieren
naast mijn ouders haast politie
van het opgepoetst fatsoen
Ik bouw een feest
tot diep in jou
ik kniel niet
voor die kliek
Ik lik je kelk
ik drink je leeg
ik schenk je hosties-
melk in overvloed
Een vloedgolf van geloof
in onze heiligheid: wij zijn
tesamen vloeistof
van één Geile God
Mijn andere hand
komt dichterbij
terwijl jij stijgt
en nederdaalt
Je lichaam bidt
voor ons totdat
het bisdom van de wereld
met zijn zever zwijgt
21:57
Gepost door marlon
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: priester, politie, bisdom, ministerie |
Facebook
|
08-02-11
Wildplezierrit
Je haar is stout geknipt. Je bent een mooie jongen. Schalks. Ik plooi je als een schandknaap straks. Dat is je stuk karakter dat zijn rechten vraagt. Een androgynendier.
Je bent een vrouw met pieken en met knopen aan je hoofd. Met extraverte galm. Met volle branie in je borsten. Met verheffing in je stem. Verzakking in je keel als emo je de strot omwringt. Je zingt een toontje hoger als ik onterecht om aandacht vraag. Je daalt akkoorden lager als de nacht je in de lakens legt. Je draait en keert je kont naar mij.
Je wendt je af. Je rolt en dolt. Je pokert met je ogen.
Wolken van genot verdampen. Heel de kamer warmt zich op. Een jongen met jouw rondingen. Zo ben je spartelend mijn vrouw. Een marteling om jou als man te dwingen. Even op je rug. Je kronkelt snel terug. Content gespleten ben je niet.
Je wil in amazonezit. Een vent bezitten. Wild de sporen geven. Met je billen zacht en zingend. Stemmen uit je vel.
Je huid een heet bevel tot liefde.
Schoon gerief. Je bent een compromis voor mij. Ik zie je in mijn film als meisje rijden. Met finale in het zadel van mijn buik. Het zaad dat spuit en paarden draven. In galop je jonge kop. En huilen met geluid dat barst. Ik pak je vast. Mijn handen aan je neukteugels. Totale vreugde.
07-02-11
Fietsfilosoof
Je fietst fit en monter naast me. Je knipoogt. Je vertraagt. Een plezierige hapering. Je vraagt me of afgestorven dierbaren weet van ons hebben. Dat wij fietsen, repliceer ik. Nee, of dat ze voelen als wij iets verkeerd doen. Ik schakel. Tandje bijzetten. Te hoog gegrepen. Tandje lager. Te diep. Ik maal in de boter. Ik egaliseer. Uit balans naar een idee. Jakkes, mis. Weer mijn ketting die knarst. Altijds iets met die fiets. Ge verstaat me niet zeker. Nee mijn ketting piept. Dat is precies wat ik u zeg. Wablief?
We stoppen aan een rood licht. Ik adem in en uit voor een antwoord. Ik denk dat onze lieve doden alleen het goede voelen. Omdat het goede dat is wat finaal rest. Aan de laatste aankomst. Om de hals een immateriële krans van schoonheid en waarheid. Ultiem op pad naar een sublieme mix van luchtfietsen en liggend genieten. De pedalen laag als verre tentakels die het hart van de nakomelingen raken. In hun betere versnelling. Hun beste demarrage. Hun vlekkeloos freewheelen. Ons knarsetanden ontgaat hen. Alle kwaad en lijden fietst aan hen voorbij. Te ijl om de ronde van de eeuwigheid mee te winnen. Een repliek die ik uitsprak in gedachten.
Het licht sloeg op groen. Wij trokken moedig op. Naast mekaar. Onze vader die in de hemel is regelde het verkeer. In goede banen. Verlos ons van het kwade. Riep ik om iets te zeggen. Mijn ketting viel kletterend af. Van het technisch verschieten. Miljaardemiljaar. Jij zweeg kalm en waardig. Winst op schoonheid.
05-02-11
Wegstopwereld
Ik neem een binnenweg langs de woestijn tussen de klinieken van Sint-Pieter en Sint-Rafaël. Ik ga recht op recht. Aan het einde wacht een zonnig hekken. Met gespleten pijlers die hermetisch lachen. Ijzerdicht.
Ik waag minstens vijf zijsprongen. Alles loopt dood. Er is geen doorkomen aan. Dit is een kampterrein met uitzicht op de vrije buitenwereld. Een gelukkig drukke straat lonkt op honderd meter. Duizend mensen wuiven welgezind voorbij.
Ik kan alleen maar achteruit. Ik moet wijken voor een overmacht aan sloten, hengsels en barelen. Schoon miserie aan mijn been. Ik stijger als een hengst. Ik bol het af. Kop in de grond.
Ik zie het onkruid. Mos en gras. Gebarsten stenen. Overal glas. Ik kijk op van zoveel onderwereld. Rimpels in de muren. Schimmel. Slingerplanten. Vensterblad gebroken. Niets verbreekt de desolate stilte.
Hier ligt rommel schoon te blinken. Daar een brooddoos. Als een dode boodschap. Door een kind vergeten. In de jaren anoniem. Een briefomslag plakt aan een raam. Verminkt. De klink is vettig. Vlekkeloze rust. Een fietswiel op een hoop papier. Dat verder inzakt. Mest lees ik. Ik bekijk compost als kunst.
Dit is geen spat verloren tijd. Hier woont geen mens. Hier sterft geen dier. Ik zie de vrede van materie. In het wilde weggelegd. Tot een ruïne opgeruimd. Het puin van onze ziekenwereld. Simpel dingen en de wind die speelt.
Ik word een wandelende schim. Zo licht en langzaam gaat het leven heen. Een winterdag verliest. Sereen vergeet ik.
20:10
Gepost door marlon
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: leuven, brusselsestraat, st-pieter, st-rafaël |
Facebook
|
04-02-11
Boemerangpraat
Op het eiland van de vrijdag gewerkt. Met enkel de struise jongen in mijn buurt. Een brave kolos. Blond en blozend. Een talentvol bazeke. Dat sakkert en gromt. Op zichzelf. Omdat hij de rol moet lossen. Van het tempo dat niemand hem oplegt. Tenzij zijn ego-boss. Hij is zijn eigen ritme-coach. Een stille zenuwpees. Een dikke binnenvetter. Brombediende. Vriend van Jan en alleman. Intern te kwaad. Zo boos op eigen inborst. Van te veel te snel. Nog sneller. Gek gerekend en gerend. Complexe tabellen. Zotte cijferwerk. Een wei vol hooi op zijn pc-vork. De perfecte knecht die verre bazen trekt. Een workaholic op een overdosis cola.
Ikke daarentegen. Languit lig ik achterover. Temporiseren. Geen probleem! Het wereldnieuws op internet. Egypte zien en overleven. Corresponderen. Bellen met mamzel. Een literaire schets uitschrijven. Een sonnet opzetten. Tetten tellen van collega’s. Zoveel felle stuks aanwezig, dus maal twee. Geduldig ben ik bezig.
Tot mijn chef verschijnt. Madame Louise. Ik schat een koppel B' s. Geen split vandaag. Armani-jeans. Amaai die kont. Hoe gaat het Marlon? Alles kits vanbinnen in uw kop? Ca va Louise chérie. Ik mag niet klagen. Komt ze naast mij zitten. Confidenties en wat complimenten.
Eerlijkheid is niet van deze wereld. Dat vertel ik haar intiem. Geweldig mijn verhaal. Gebazel en geblaas. De schone en de dwaas.
Ik zit te stressen van de onzin. Inderdaad ik ben de stomste. Mijn collega van hierboven (Joost) mag het weten. Bij deze.
03-02-11
Winkelverdriet
Hassan Issi is bang. Hij zegt dit rustig. Met een vlugge glimlach. Parelwitte tanden. Zachte stem. Te braaf voor deze wereld. Haast bedeesd. Ontheemde Marokkaan. In Leuven neergestreken. Klein commercke. Spreekt drie van onze talen. Min of meer.
Verbetert zich met vriendelijke handen. Hij kan doceren van op de kansel. In perfect Arabisch of in zijn eigen Berbers. Om te illustreren hoeveel schrik er heerst. In zijn moederland.
Hij gaat bij mama op bezoek. Drie weken ieder jaar. De dunne muren in haar berghut hebben dikke oren. Buren luisteren mee. Hassan Issi fluistert. Overal woont politie. Naast spionnen. Overdragers. Door de monarchie betaald. De koning is een potentaat. Zijn huis perst mensen uit. De Berbers, zoals Hassan, zijn geen favorieten. Geen familie van de Arabieren.
Hassan klaagt zijn Koning aan. Uit naam van alle Berbers, Arabieren, Marokkanen. Hij noemt hem bikkelhard een moordenaar. Die nonkel Hassan liet verdwijnen. Naast gewezen neven, nichten, homo's, vaders en hun zonen die een vuist opstaken. Naar de dictatuur, demonen van de middeleeuwen in 2000 en zoveel.
Hassan volgt het nieuws op in Egypte. Wacht op meer revolte in een brede regio. Hij wil zijn mening zeggen, zijn gedacht uitschreeuwen. Leven wil hij in de bergen van zijn land, op amper vijftien kilometer van een vrij Europa. Aan de grens stopt elk respect voor mensen.
Hassan Issi wil gaan vechten. Met de wapens van zijn hart. Zijn ware taal in eigen haard uitspreken. Niet meer schuilen onder schone schijn van kleren. Opstaan naakt geaard. Zijn echte naam finaal gebruiken. Niets meer lenen. Ook niet deze schuilnaam: Hassan Issi (vals verbannen).
02-02-11
Binnenzingen
Raar dat de wereld verder draait. Ik neem drukke mensen waar. Aan mijn raam. Ik hoor het buitensnorren. Van de startauto’s. Gebrom van moto’s. Blaffende honden. Keffende buren. Een pot waarop een bonkend deksel past. Het is de laatste keer dat ik dat uitleg. Godverdekke rotvent. Ouwe zeurkous. Luie lul. Een deur klapt dicht. Lawaai van stofzuigers. Mijn vrouw die blaast terwijl ze kuist.
Ik lig ziekjes op de sofa. Naar haar strakke kont te kijken. Mer du Nord. Dat lees ik wazig op haar achterzak. Zo zedig als een zeemeermin. Haar truitje kruipt omhoog. Van Hema of van H&M. Dat is me om het even. Schoon haar vel. Daar zit nog rek op. Denk ik in mijn voordeel. Ondertussen zuigt ze langs mij heen. Ze heft mijn benen op. Ze smijt mijn armen weg. En weer. Ik heb wat koorts. Hallucineer.
De dag klotst naar de avond. Zonder eten. Waterdrankjes. Overgeven. Aan jouw kommervolle handen. Opgewarmde kussen. Dekens dekken. Uitgespaarde kosten voor de dokter. Houden van is gratis.
Langzaam stokt geluid. De ruiten zwijgen in het zwart. De ganse nacht ligt stil in mij. Mijn lijf geneest terwijl ik uit je blijf. Jij bent een toegewijde vrouw. Zo goed als een verpleegster. Op muziek van Healing of zoiets. Met Marvin Gaye.
23:11
Gepost door marlon
Permalink
| Commentaren (0)
| Email dit
| Tags: verpleegster, marvin gaye, sexual healing |
Facebook
|





























































